Skip to main content

Alsof de regels en formulieren voor vergunningen op zichzelf nog niet complex genoeg zijn, wordt er ook nog eens ontzettend veel jargon gebruikt. En dan zijn er sinds de Omgevingswet ook weer een hoop nieuwe begrippen bij gekomen.

Ook wij ontkomen er niet aan om jargon te gebruiken, maar we doen wel ons best om zoveel mogelijk van die vaktaal begrijpelijk uit te leggen. Laat je het ons weten als je een uitleg mist of nog niet duidelijk genoeg vindt?

AB | C | D | E | FG | H | I | J | K | L | M | NO | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

A

Aanvragen Omgevingsloket

Met de functionaliteit Aanvragen binnen het Omgevingsloket dienen initiatiefnemers vergunningaanvragen en meldingen in.

Activiteit brandveilig gebruik gebouw

Binnen het stelsel van de Omgevingswet moet de activiteit brandveilig gebruik gebouw voldoen aan het Bbl. Deze activiteit is niet meer vergunningsplichtig, hooguit meldingsplichtig. In het omgevingsplan kunnen hier maatwerkregels voor worden opgenomen.

Activiteitenbesluit (oud recht)

Het activiteitenbesluit was de algemene maatregel van bestuur behorende bij de Wet milieubeheer waar per soort milieubelastende activiteit (zoals bijvoorbeeld metaalbewerking) en per soort milieubelasting (zoals bijvoorbeeld geluid) aangegeven was welke regels golden. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet staan deze regels in hoofdstuk 2 t/m 5 van het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Zie IPLO voor het overgangsrecht dat van toepassing is op meldingen en vergunningen op grond van het Activiteitenbesluit.

AIM Online (oud recht)

De Activiteitenbesluit Internet Module was vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet het digitale landelijke loket voor meldingen op grond van het Activiteitenbesluit. Via deze overheidswebsite kon ook gecontroleerd worden of voor een bepaalde activiteit een milieuvergunning melding nodig was. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze functies overgenomen door het Omgevingsloket, ook wel het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) genoemd.

Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)

Een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is een vorm van wetgeving die door de regering wordt vastgesteld en dus niet langs de Tweede en Eerste Kamer hoeft. Bij de Omgevingswet horen vier van zulke AMvB’s:

B

BB-CVM

BB-CVM is de afkorting voor het document Bodembescherming: Combinatie van voorzieningen en maatregelen. In dit document is het volgende opgenomen:

  • bodembedreigende activiteiten die bij een mba kunnen worden uitgevoerd en
  • combinaties van voorzieningen en maatregelen waarmee het risico op het ontstaan van bodemverontreiniging tot een minimum wordt beperkt.

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is een van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur binnen het stelsel van de Omgevingswet. Het Bal bevat de rijksregels voor alle activiteiten in de fysieke leefomgeving, behalve bouw- en sloopactiviteiten. Die zijn geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bal is de opvolger van onder andere (delen van) Activiteitenbesluit, Blbi, Waterbesluit, Wm en Erfgoedwet.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur binnen het stelsel van de Omgevingswet. Het Bbl bevat de rijksregels voor bouwwerken, bouw- en sloopactiviteiten. Het Bbl is de opvolger van onder andere (delen van) Woningwet, Bouwbesluit 2012, Bor en Activiteitenbesluit.

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur binnen het stelsel van de Omgevingswet. In het Bkl zijn de landelijke inhoudelijke spelregels vastgelegd waar alle overheden zich aan moeten houden wanneer zij besluiten nemen op grond van de Omgevingswet. Het Bkl is de opvolger van onder andere (delen van) Bor, Barro, Bevi, Wm, Wav en Wgv.

Beste Beschikbare Technieken (BBT)

Bij het beoordelen van vergunningaanvragen speelt het toepassen van Beste beschikbare technieken (BBT) een centrale rol. Bedrijven moeten aantonen dat hun activiteiten voldoen aan de meest effectieve en haalbare milieutechnieken. Deze eisen zijn vastgelegd in Europese BBT-conclusies, zogenaamde ‘BREF-documenten’ en Nederlandse richtlijnen zoals de PGS-richtlijnen voor gevaarlijke stoffen. Voor vergunningverleners betekent dit een grondige toetsing van technische processen en milieumaatregelen. Ook gelijkwaardige maatregelen zijn mogelijk, mits dezelfde milieubescherming wordt bereikt. Door actuele richtlijnen en normen zorgvuldig toe te passen, wordt niet alleen milieuschade beperkt, maar ook een eerlijk speelveld voor bedrijven binnen Europa gewaarborgd.

Bestek

Ook wel traditioneel bestek genoemd. Contractvorm in de bouw waarbij de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor het ontwerp volledig bij de initiatiefnemer ligt, de aannemer voert alleen uit.

Bestemmingsplan (oud recht)

Het bestemmingsplan is een soort besluit uit het oude recht. Door gemeentes werd in bestemmingsplannen vastgelegd wat op iedere locatie gebouwd en verbouwd mag worden. In bestemmingsplannen staat ook waar de grond en gebouwen van een locatie voor gebruikt mogen worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan regels of er woningen, winkels, bedrijven of horeca gevestigd mogen worden. Of dat de grond juist bestemd is voor wegen en groen. Onder de Omgevingswet worden oude bestemmingsplannen stapje voor stapje vervangen door één gebiedsdekkend omgevingsplan per gemeente.

Bestuurlijk Akkoord

Een schriftelijke afspraak tussen verschillende bevoegde gezagen over de manier waarop zij hun bevoegdheden en budgetten zullen aanwenden ten behoeve van het bereiken van een gemeenschappelijk doel, zoals bijvoorbeeld de bouw van een nieuwe snelweg.

Bevoegd Gezag

Het bestuursorgaan dat bevoegd is om een bepaald besluit te nemen. In de wettelijke regeling waarin een vergunningsplicht geregeld is, is ook te vinden welk bestuursorgaan het bevoegd gezag ten aanzien van het verlenen, wijzigen en handhaven van die vergunning is.

 

Voorbeeld: in artikel 5.1, lid 1, aanhef en onder a Omgevingswet staat het verboden is om een omgevingsplanactiviteit te verrichten zonder omgevingsvergunning. In artikel 5.8 Omgevingswet is geregeld dat het college van burgemeester en wethouders, in beginsel het bevoegd gezag is ten aanzien van een aanvraag omgevingsvergunning. In artikel 5.10 lid 1 onder a, 5.11 lid 1 onder a en 5.12 t/m 5.16 Omgevingswet staan de uitzonderingen op die hoofdregel.

Binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA)

Een omgevingsplanactiviteit (OPA) die voldoet aan het omgevingsplan, maar bijvoorbeeld nog wel door de gemeente op welstand getoetst moet worden. Ten behoeve van die toetsing is een omgevingsvergunning nodig voordat je bijvoorbeeld een nieuwe woning bouwt. Wanneer een omgevingsplanactiviteit juist niet aan het omgevingsplan voldoet, is het een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Een Buitenlands Omgevingsplanactiviteit (BOPA) is een omgevingsplanactiviteit die niet voldoet aan  het omgevingsplan, maar mogelijk wel in afwijking van het omgevingsplan vergund kan worden. Tegenhanger van de binnenplanse omgevingsplanactiviteit.

Bouwstop

Het mondelinge bevel van een toezichthouder om de werkzaamheden stil te leggen wegens een (vermoedelijke) overtreding van de wettelijke voorschriften. Door middel van een bouwstop worden de werkzaamheden als het ware bevroren om te voorkomen dat de (vermoedelijke) illegale situatie erger wordt. Doorwerken in strijd met een bouwstop is een strafbaar feit.

Bouwteam

Ook wel alliantie genoemd. Contractvorm in de bouw waarbij initiatiefnemer en aannemer het werk samen ontwerpen en samen de risico’s delen.

Bouwvergunning

Wat is het nu? Een ‘bouwvergunning’ of een ‘omgevingsvergunning onderdeel bouwen’?

Bij nieuwe projecten altijd het laatste. Omdat ‘omgevingsvergunning onderdeel technische en ruimtelijke bouwactiviteit’ nogal een mond vol is en tot verwarring kan leiden met andere onderdelen van de omgevingsvergunning,  gebruiken wij vaak wel de term bouwvergunning.

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er een knip in de bouwvergunning gekomen. Daarom praten we nu over een technische bouwactiviteit en een ruimtelijke bouwactiviteit (omgevingsplanactiviteit bouwen). Zie IPLO voor meer informatie hierover.

Bruidsschat

De set aan landelijke regels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch deel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege van iedere gemeente. Met de Omgevingswet zijn er namelijk een aantal landelijke bevoegdheden lokaal geworden. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld eigen regels maken wat betreft het ruimtelijke deel van de bouwvergunningplicht (de omgevingsplanactiviteit bouwen).

Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om die eigen regels vast te stellen in hun omgevingsplan. Zonder de bruidsschat als overbrugging zou in de tussentijd een belangrijk deel van de landelijke regels voor vergunningsvrij bouwen wegvallen. De bruidsschat voorkomt dit.

D

Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is het geheel aan lokale en landelijke softwaresystemen ter uitvoering van de Omgevingswet. Het Omgevingsloket is hiervan de centrale website. Doordat overheden hun systemen hebben aangesloten op het DSO, kunnen burgers en bedrijven daar de benodigde informatie over de regels voor de fysieke leefomgeving vinden. Het indienen van vergunningaanvragen en meldingen loopt via het DSO. En overheden kunnen via het DSO met hun ketenpartners informatie uitwisselen over die aanvragen en meldingen.

E

Externe Veiligheid

Externe veiligheid gaat over de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen buiten het terrein van het bedrijf en/of de plaats van de installatie waar de gevaarlijke stoffen gebruikt worden of opgeslagen zijn. Deze kunnen namelijk in brand vliegen, ontploffen en/of zich als gaswolk verspreiden.

F

Flexibel

De Omgevingswet biedt meer mogelijkheden om flexibel om te gaan met initiatieven, bijvoorbeeld via door maatwerkvoorschriften op te leggen of gelijkwaardige maatregelen te treffen.

Flora- en fauna-activiteit

Binnen het stelsel van de Omgevingswet heeft een flora- en fauna-activiteit mogelijk gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Hiervoor gelden de rijksregels uit het Bal en kunnen decentrale regels gelden.

Fysieke leeromgeving

De fysieke leefomgeving is alles om ons heen waar we wonen, werken en recreëren. Denk aan gebouwen, wegen, parken, water, lucht en bodem. Maar ook aan milieuaspecten zoals geluid, veiligheid, energiegebruik en natuur. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving bepaalt in grote mate hoe gezond, veilig en prettig onze omgeving is.

I

Informatieplicht

Voor lang niet alle milieubelastende activiteiten (mba’s) hoeft een vergunning te worden aangevraagd. Wel kunnen er dan meldingsplichten en/of informatieplichten gelden voor deze mba. Deze plichten hebben een mindere “zwaarte”.

Het bevoegd gezag dient alleen geïnformeerd te worden over bepaalde aspecten van de activiteit. Degene die de activiteiten uitvoert moet zich houden aan de algemene regels.

 

Initiatiefnemer

De persoon of organisatie die een project financiert en uitvoert of uit laat voeren. De initiatiefnemer is als eigenaar van het werk de vergunninghouder, oftewel de vergunningen worden op die naam aangevraagd.

Intaketafel

Aan de intaketafel bepaalt het bevoegd gezag intern integraal de wenselijkheid van nieuwe initiatieven en wordt voor wenselijke initiatieven de vervolgprocedure bepaald.

Integraal

De Omgevingswet bundelt regels over uiteenlopende onderwerpen, zodat overheden samenhangend beleid ontwikkelen en initiatieven integraal beoordelen.

IPLO

Het InformatiePunt LeefOmgeving (IPLO) is het kenniscentrum van de overheid wat betreft de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het bevat zowel een encyclopedie met handige uitleg en achtergrondinformatie, als een helpdesk waar je vragen aan kunt stellen.

 

J

Jachtgeweeractiviteit

Binnen het stelsel van de Omgevingswet is een jachtgeweeractiviteit het gebruiken van een geweer om dieren te doden die in het wild leven. Dit is altijd vergunningsplichtig. Deze omgevingsvergunning (voorheen de jachtakte) wordt verleend door de korpschef van de politie. De aanvraag hiervoor loopt niet via het DSO.

De belangrijkste cultuurverandering in het kader van de Omgevingswet betreft de overgang van ‘Nee, tenzij’ naar ‘Ja, mits’. Voortaan staan niet meer de regels centraal, maar het mogelijk maken van wenselijke initiatieven. Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit.

K

Ketenpartners

Ketenpartners zijn alle organisaties waar het bevoegd gezag advies van nodig heeft om te kunnen beslissen op een aanvraag, zoals bijvoorbeeld de provincie, het waterschap, de omgevingsdienst en de veiligheidsregio.

L

Leges

Een speciaal soort belasting die je verschuldigd kunt zijn als je gebruik maakt van de diensten die een overheid aanbiedt. Denk bijvoorbeeld aan het parkeergeld dat je betaalt voor het gebruik van een gemeentelijke parkeergarage. Het behandelen van vergunningaanvragen is ook een van de diensten waarvoor leges in rekening gebracht kunnen worden. Het verschilt per vergunning en per bevoegd gezag hoe hoog de leges voor een vergunningaanvraag precies zijn. Iedere overheidsinstantie stelt daartoe ieder jaar een legesverordening vast.

Logboek

Het document of de administratie waarin alle gebeurtenissen in het kader van het vergunningenmanagement worden bijgehouden zodat later teruggelezen kan worden wat er precies gebeurd is op een bepaald moment. Omdat op het moment van registreren nog niet bekend is wat later relevant zal blijken te zijn, is het van belang alle details op te nemen. Het is bovendien belangrijk dat de gegevens niet ongecontroleerd veranderd of verwijderd kunnen worden.

M

Mandaat

Wanneer een persoon of organisatie een mandaat heeft, heeft diegene de bevoegdheid om in naam van een ander te handelen, zonder de bijbehorende verantwoordelijkheid te hoeven dragen. Bij mandateren worden geen bevoegdheden overgedragen. Die houdt de mandaatgever zelf, waardoor die ook nog steeds zelf bevoegd is.

 

Voorbeeld: het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag om op aanvragen voor een omgevingsvergunning onderdeel milieubelastende activiteit te beslissen, maar heeft die bevoegdheid vaak gemandateerd aan een omgevingsdienst.

Meldingsplicht

Algemene wettelijke regel op basis waarvan bepaalde werkzaamheden verboden zijn als daar niet op tijd vooraf melding van gedaan is bij het bevoegd gezag.

Voorbeeld: artikel 7.10, lid 1 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Het is verboden een bouwwerk of gedeelte daarvan te slopen als daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 bedraagt, zonder dit ten minste vier weken voor het begin van de sloopwerkzaamheden te melden.

Mengpaneel

Het mengpaneel is de metafoor voor hoe een gemeente in het omgevingsplan integraal en flexibel ten behoeve van ‘ja, mits’ om mag gaan met een aantal milieuaspecten.

Milieubelastende activiteit (MBA)

Binnen het stelsel van de Omgevingswet heeft een milieubelastende activiteit mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu. Hiervoor gelden de rijksregels uit het Bal en kunnen decentrale regels gelden. De omgevingsvergunning ziet voortaan alleen op de vergunningsplichtige milieubelastende activiteiten, niet meer op de gehele inrichting.

N

Natura 2000-activiteit

Binnen het stelsel van de Omgevingswet is een Natura 2000-activiteit heeft mogelijk significant nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, bijvoorbeeld door stikstofdepositie. Deze activiteit is mogelijk vergunningsvrij op grond van het Bal, anders wordt de aanvraag getoetst aan het Bkl en de Omgevingsregeling.

Nota ruimte

Zowel de Omgevingswet als de wetgeving die vervangen is door de Omgevingswet, kent de term ‘nota ruimte’ niet. Juridisch gezien betreft het een omgevingsvisie op nationaal niveau. Het verplichte beleidsdocument op gemeentelijk, provinciaal en nationaal niveau waarin de overkoepelende integrale langetermijnvisie wordt vastgelegd ten aanzien van de leefomgeving.

O

Omgevingsbesluit (Ob)

Het Omgevingsbesluit is een van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur binnen het stelsel van de Omgevingswet. Het Omgevingsbesluit bevat de landelijke procedureregels waar alle overheden zich aan moeten houden wanneer zij besluiten nemen op grond van de Omgevingswet. Onder oud recht was ieder omgevingsrechtelijk onderwerp in een andere wet Algemene Maatregel van Bestuur geregeld. Daardoor bestonden er veel verschillende procedureregels die bepaalden wie wat wanneer mocht en moest doen binnen het omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit is dit gestandaardiseerd.

Omgevingsdienst

Gemeentes en provincies zijn sinds 1 juli 2014 wettelijk verplicht een deel van hun milieutaken qua vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te mandateren aan omgevingsdiensten. Veel gemeentes hebben vervolgens ook VTH-taken ten aanzien van bouwen, bodem en ruimtelijke ordening gemandateerd aan een omgevingsdienst. Omgevingsdiensten worden ook wel regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) genoemd en de termen worden regelmatig door elkaar heen gebruikt.

Omgevingsloket

Het Omgevingsloket maakt onderdeel uit van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)en is hiervan de centrale website. Het Omgevingsloket bestaat uit vier modules:

Omgevingsmanagement

De beheersing van omgevingsprocessen voor bouwprojecten ten behoeve van het beperken van risico’s die voor kosten en vertraging kunnen zorgen. Vergunningenmanagement wordt nog vaak als onderdeel van omgevingsmanagement gezien. In de methode ‘projectgericht vergunningenmanagement’ zijn het echter twee duidelijk te onderscheiden taken die om verschillende vaardigheden vragen.

Omgevingsmanager

Een omgevingsmanager brengt beroepsmatig de projectomgeving van bouwprojecten in kaart om vervolgens de interactie tussen het projectteam en de projectomgeving zo soepel mogelijk te laten verlopen. De projectomgeving bestaat uit alle fysieke omstandigheden, regels en belangen van burgers, bedrijven en overheden waar een project mee te maken heeft.

Omgevingstafel

Aan de omgevingstafel bepaalt het bevoegd gezag samen met de ketenpartners (al dan niet in aanwezigheid van de initiatiefnemer) de haalbaarheid van een nieuw initiatief.

Omgevingsvergunning

Wat is het nu? Een ‘bouwvergunning’ of een ‘omgevingsvergunning onderdeel technische en ruimtelijke bouwactiviteit’? Bij nieuwe projecten altijd het laatste. Omdat dat nogal een mond vol is en tot verwarring kan leiden met andere onderdelen van de omgevingsvergunning, gebruiken wij vaak wel de term bouwvergunning.

In 2010 en 2024 zijn met de invoeringen van respectievelijk de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Omgevingswet (Ow) een groot aantal omgevingsrechtelijke vergunningen samengevoegd tot één omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning kan daardoor uit meerdere onderdelen bestaan.

Voor het bouwen van een ondergrondse parkeergarage in strijd met het omgevingsplan heb je bijvoorbeeld één omgevingsvergunning nodig die uiteen valt in minstens twee onderdelen. Het onderdeel ‘technische bouwactiviteit’ wordt getoetst aan de technische regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het onderdeel ‘omgevingsplanactiviteit bouwen’ wordt eerst getoetst aan het omgevingsplan en vervolgens wat betreft het afwijken van het omgevingsplan aan het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Je hoeft dus maar één aanvraag in te dienen, waar één procedure voor gevolgd wordt en uiteindelijk één besluit op genomen wordt. Alleen bestaat die ene aanvraag dus vaak wel uit verschillende onderdelen waar elk eigen regels op van toepassing zijn. En dus ook andere informatie en bijlagen voor moeten worden aangeleverd. Het idee achter de omgevingsvergunning is dat jij als initiatiefnemer van een project niet langer met meerdere vergunningen bij meerdere bestuursorganen te maken hebt.

Omgevingswet (Ow)

Met de Omgevingswet worden tientallen omgevingsrechtelijke wetten en honderden regels gebundeld in één nieuwe wet met bijbehorende besluiten en regelingen. De Omgevingswet beoogt niet alleen die wettelijke regelingen gewijzigd te hebben, maar ook het digitale stelsel en de manier van werken.

Omgevingsplan

Het omgevingsplan is een nieuw juridisch instrument sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Iedere gemeente heeft een omgevingsplan dat tenminste uit de bruidsschat bestaat en werkt toe naar een definitief omgevingsplan. Dat definitieve omgevingsplan ziet op het gehele grondgebied van de gemeente en bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Zodra binnen een gemeente het definitieve omgevingsplan helemaal af is, gelden er geen bestemmingsplannen meer.

Omgevingsplanactiviteit (OPA)

Een omgevingsplanactiviteit (OPA) betreft een bouwwerk, werkzaamheden of ander gebruik waar in het kader van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor aangevraagd moet worden. Dit is enerzijds het geval wanneer in het omgevingsplan staat dat een omgevingsvergunning nodig is. Anderzijds is dit het geval wanneer wordt afgeweken van het omgevingsplan. In dat geval gaat het om een bijzondere categorie omgevingsplanactiviteiten: de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

zie ook binnenplans omgevingsplanactiviteit.

Overgangsrecht

Het overgangsrecht bestaat uit regels die bepalen wat er gebeurt met bestaande situaties wanneer de voor dat soort situaties geldende regels veranderen. Deze regels zijn met name belangrijk in de eerste periode na de inwerkingtreding van een nieuwe wet, zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet. Op IPLO is uitgebreide informatie te vinden over het overgangsrecht van de Omgevingswet.

P

Participatieplicht

Participatie wordt niet alleen gestimuleerd door de Omgevingswet, maar ten aanzien van onder andere de omgevingsvisie en het omgevingsplan ook verplicht gesteld. Gemeenteraden kunnen bovendien een participatieplicht instellen voor initiatiefnemers van categorieën buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s).

R

Regels op de kaart

Regels op de kaart is het onderdeel van het Omgevingsloket dat per locatie zichtbaar maakt welke regels van toepassing zijn en ter inzage liggen.

Rijksmonumentactiviteit

Een verbouwing van een rijksmonument is binnen het stelsel van de Omgevingswet niet alleen een technische bouwactiviteit maar ook een rijksmonumentenactiviteit die aan de algemene regels voor cultureel erfgoed in het Bal moet voldoen. Het is belangrijk dit niet te verwarren met gemeentelijke monumenten die worden beschermd via het omgevingsplan.

RUD

RUD is de afkorting voor regionale uitvoeringsdienst. Gemeentes en provincies zijn sinds 1 juli 2014 wettelijk verplicht een deel van hun milieutaken qua vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te mandateren aan omgevingsdiensten. Veel gemeentes hebben vervolgens ook VTH-taken ten aanzien van bouwen, bodem en ruimtelijke ordening gemandateerd aan een omgevingsdienst. Omgevingsdiensten worden ook wel regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) genoemd en de termen worden regelmatig door elkaar heen gebruikt.

S

Salderen

Salderen betekent verrekenen en komt in uiteenlopende rechtsgebieden voor. Nieuwe uitstoot van stikstof kan gesaldeerd worden met een vermindering van bestaande uitstoot van stikstof. Maar het heet bijvoorbeeld ook salderen wanneer de energiemaatschappij bij huishoudens met zonnepanelen in de zomer opgewekte zonnestroom verrekent met in de winter gebruikte stroom van het elektriciteitsnet.

Samenwerkingsfunctionaliteit

Via de Samenwerkingsfunctionaliteit binnen het DSO vraagt het bevoegd gezag advies aan ketenpartners over ingediende aanvragen en meldingen.

T

TAM

Essentieel onderdeel van de Omgevingswet is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Alleen werkten op het moment van inwerkingtreding op 1 januari 2024 nog niet alle onderdelen van het DSO en softwarepakketten voor overheden zoals gehoopt. De TAM’s waren de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen die tot 1 januari 2026 ervoor zorgden dat bevoegde gezagen desondanks wel de Omgevingswet uit konden voeren. De meest bekende TAM was de TAM-IMRO die ervoor zorgde dat omgevingsplannen gewijzigd konden worden met de IMRO-software voor bestemmingsplannen.

Toepasbare regels

Toepasbare regels zijn juridische regels die vertaald zijn naar gewonemensentaal. Die vertaalslag wordt momenteel in het kader van de Omgevingswet gemaakt ten aanzien van veel omgevingsrechtelijke regels. Dit is nodig om de vergunningenchecks in het nieuwe Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) te kunnen maken. Daar zijn namelijk vragenbomen voor nodig en die vereisen rechtsregels die zijn op te splitsen in concrete vragen.

 

Voorbeeld: een regel die stelt dat een nieuwe ontwikkeling ‘binnen de woon- en leefomgeving moet passen’ is niet op te splitsen in concrete vragen en dus niet toepasbaar geformuleerd. Deze regel is dat wel: zonnepanelen op een plat dak zijn vergunningsvrij wanneer ze minstens even ver van de dakrand liggen als dat ze hoog zijn. Deze regel is namelijk wel op te splitsen in concrete vragen:

  • Is het dak waar de zonnepanelen op geplaatst worden plat?
  • Hoe hoog worden de panelen?
  • Hoe ver komen de panelen van de dakrand te liggen?

Op basis van de antwoorden op deze drie vragen kan geautomatiseerd de conclusie getrokken worden of de zonnepanelen op dit dak vergunningsvrij zijn of niet.

V

Vergunningencheck

Met de Vergunningencheck checken controleren initiatiefnemers in het Omgevingsloket of hun idee is toegestaan op hun locatie. Pas hier wel mee op, want deze vergunningcheck is nog ontwikkeling. De uitkomsten zijn daarom niet compleet en kloppen niet altijd.

Vergunningenmanagement

De beheersing van het vergunningenprocessen voor een bouwproject ten behoeve van het beperken van risico’s die voor onrechtmatigheden, kosten en vertraging kunnen zorgen.

Vergunningenmanager

Iemand die beroepsmatig de vergunningsplichten en vergunningsplichtige activiteiten voor bouwprojecten in kaart brengt. Die er vervolgens voor zorgt dat de benodigde vergunningaanvragen volledig en op tijd worden ingediend. En dat de verleende vergunningen correct worden gedeeld binnen het projectteam. Het is ook de taak van een vergunningenmanager om te adviseren over de bestuursrechtelijke omgeving en risico’s op het raakvlak tussen project en bestuursrecht zoveel mogelijk te beperken.

Vergunningenmatrix

De spreadsheet waarin de relevante vergunningsplichten in de kolommen zijn opgenomen en de (deel)activiteiten van het project in de rijen. Hierdoor kunnen systematisch alle (deel)activiteiten uit de rijen langs de lat van de vergunningsplichten in de kolommen gelegd worden. Wanneer alle rijen op die manier langs alle kolommen gelegd zijn, biedt de vergunningenmatrix een volledig overzicht van alle vergunningsplichtige activiteiten binnen het project en kan de vergunningenlijst worden opgesteld.

Vergunningenpiramide

De vergunningenpiramide geeft 7 niveaus van vergunningenmanagement met betrekking tot ‘complexiteit en beheersing’ van het vergunningenproces. Dit toetsingsinstrument om te bepalen met wat voor project en vergunningenmanagement je te maken hebt, is een essentieel onderdeel van de methode ‘projectgericht vergunningenmanagement’.

Vergunningenregister

Een vergunningenregister is het overzichtsdocument waarin je alle benodigde vergunningen voorziet van een codering ten behoeve van je documentbeheer. Per vergunningaanvraag zet je hierin behalve de indieningsvereisten, onderzoeksplichten, het bevoegd gezag en de proceduretermijnen, tevens alle procedurele stappen in de tijd uit. Hiervoor reken je terug vanuit de projectplanning op welk moment de aanvraag welke mijlpaal bereikt moet hebben. Het vergunningenregister hou je gedurende de looptijd van het project constant bij zodat je aanvragen tijdens de procedure actief kunt volgen.

W

Z

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu. Denk aan stoffen die kankerverwekkend zijn, de voortplanting beïnvloeden of zich ophopen in het lichaam en het milieu. Als vergunningverlener moet je bij elke aanvraag alert zijn op het gebruik of vrijkomen van ZZS.

Zorgplicht

Een zorgplicht is een wettelijke bepaling die als een vangnet fungeert ten opzichte van de andere concretere regels. Hierdoor mogen burgers en bedrijven geen activiteiten uitvoeren waarvan zij weten of ‘redelijkerwijs kunnen vermoeden’ dat deze een nadelige invloed hebben op de leefomgeving, zonder beschermende maatregelen te treffen.