Skip to main content

🔎 Wat zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur? In ons nieuwe handboek voor milieuvergunningverlening ‘Tussen Wet en Werkelijkheid’ vind je antwoord op dit soort vragen. Als medeauteur geef ik je alvast een voorproefje van het boek.

📘 De wet: De ‘algemene beginselen van behoorlijk bestuur’ zijn geschreven (in wetten vastgelegde) en ongeschreven (in de rechtspraak ontwikkelde) gedragsregels waar bestuursorganen zich aan moeten houden. Deze regels moeten garanderen dat de overheid geen misbruik maakt van haar machtspositie. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur bestaan uit:

  • ✔️Zorgvuldigheidsbeginsel
  • ✔️Beginsel van fari play / verbod op vooringenomenheid
  • ✔️Verbod op willekeur / ‘Détournement de pouvoir’
  • ✔️Vertrouwensbeginsel
  • ✔️Rechtszekerheidsbeginsel
  • ✔️Evenredigheidsbeginsel
  • ✔️Motiveringsbeginsel
  • ✔️Gelijkheidsbeginsel

🏭 De Werkelijkheid: Als vergunningverlener moet je je altijd bewust zijn van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In je dagelijkse werk krijg je vooral te maken met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Als vergunningverlener ben jij immers eindverantwoordelijk voor het verzamelen van alle benodigde informatie.

Jij moet dus bij een onvolledige aanvraag bepalen welke informatie je opvraagt om een goed gemotiveerd besluit te kunnen nemen. Zodra je alle benodigde informatie hebt en je dus aan het zorgvuldigheidsbeginsel hebt voldaan, komt het motiveringsbeginsel in zicht. In de motivering van de vergunning geef je aan in hoeverre de aanvraag voldoet aan het toetsingskader en hoe je dit hebt vastgesteld. Stel jezelf tijdens het schrijven van je beschikking in elk geval telkens de vraag: kan ik dit uitleggen? Aan mijn collega de jurist, aan mijn adviseurs, aan de rechter? Maar zeker ook aan de verschillende belanghebbenden die naar de rechter zouden kunnen stappen? Kan ik aantonen dat ik alle aspecten en belangen heb meegewogen voordat ik deze keuze maakte en deze norm oplegde (of juist niet)?

Als het antwoord ‘ja’ is en je dus elk aspect van je vergunning goed kunt uitleggen, dan weet je dat je aan het zorgvuldigheids- én motiveringsbeginsel hebt voldaan.

🤔 Wat vind jij? Welk beginsel vind jij in de praktijk het lastigst om goed toe te passen?