Skip to main content

🔎 Wat houdt de fysieke leefomgeving in? In ons nieuwe handboek voor milieuvergunningverlening ‘Tussen Wet en Werkelijkheid’ vind je antwoord op dit soort vragen. Als medeauteur geef ik je alvast een voorproefje van het boek.

📘 De wet: Wellicht apart, maar de Omgevingswet kent geen afgebakende definitie van de fysieke leefomgeving. In de wet staan staat een opsomming van onderdelen die in elk geval onder de fysieke leefomgeving vallen. Zoals bijvoorbeeld bouwwerken, infrastructuur, water en bodem. De wetgever heeft gekozen voor een ‘in ieder geval’-formulering om het toepassingsbereik van het Omgevingswetstelsel flexibel te houden.

De fysieke leefomgeving is alles om ons heen waar we wonen, werken en recreëren. Denk aan gebouwen, wegen, parken, water, lucht en bodem. Maar ook aan milieuaspecten zoals geluid, veiligheid, energiegebruik en natuur. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving bepaalt in grote mate hoe gezond, veilig en prettig onze omgeving is. Als vergunningverlener is je taak/missie om te zorgdragen voor een gezonde, veilige en schone fysieke leefomgeving.

🌳 🏭 De werkelijkheid: Vergunningverleners zitten soms vol ambities. De wil om bij te dragen aan een goede fysieke leefomgeving kan sterk aanwezig zijn. Bijvoorbeeld omdat zij zich zorgen maken om de kwaliteit van de leefomgeving in hun werkgebied, of grotere thema’s zoals het klimaat. Wat de reden ook is, dat idealisme leidt regelmatig tot de wens om in een vergunning net dat stapje verder te zetten. Bijvoorbeeld door voorschriften aan een vergunning te verbinden die strenger zijn dan de eisen in de wet- en regelgeving. Of door maatregelen te eisen die verder gaan dan de vastgestelde beste beschikbare technieken (BBT).

Maar als vergunningverlener moet je op zoek naar het evenwicht tussen alle botsende belangen. We hebben de fysieke omgeving ook nodig voor bijvoorbeeld economische activiteiten en recreëren. Deze activiteiten dragen bij aan werkgelegenheid en economische ontwikkeling en hebben ook maatschappelijke waarde. Als vergunningverlener kun je je werk niet altijd uitvoeren in lijn met je idealen. Als er geen wettelijke grondslag is om een vergunning te weigeren, dan moet deze worden verleend. Ook als het gaat om vervuilende industrie of afvalverwerkende bedrijven. Uiteindelijk zijn deze bedrijven toch ook nodig. Als vergunningverlener is de vraag daarom vaak niet óf, maar hoe je een milieubelastende activiteit vergunt. Daardoor is het werk wellicht niet zo ‘groen’ als je graag zou willen, maar lever je hiermee wel een belangrijke bijdrage aan een gezonde leefomgeving.

🤔 Wat vind jij? Hoe zorg jij als vergunningverlener voor een goed evenwicht tussen een goede fysieke leefomgeving en daarmee botsende maatschappelijke en economische belangen?