Skip to main content

Al enige tijd tijd delen de co-auteurs van Permiso Permiso, expertisecentrum vergunningen en Bisschop+Partners Bisschop + Partners op LinkedIn zeer regelmatig informatie uit ‘Tussen Wet en Werkelijkheid’, ons nieuwe handboek voor milieuvergunningverlening.

Met deze nieuwsbrief zorgen we er maandelijks voor dat je niets van deze informatie hoeft te missen en alles makkelijk terug kunt vinden. Heel veel leesplezier!

Voor een overzicht van alle posts met informatie uit het handboek milieuvergunning kun je terecht op www.permiso.nl/nieuws

Geïnteresseerd in het handboek zelf? Ga dan naar www.permiso.nl/boek

Deze maand bevat de nieuwsbrief de antwoorden op deze vragen over milieuvergunningverlening:

 

Hoe houdt milieuvergunningverlening rekening met luchtkwaliteit?

📘 De Wet: Wat er wordt uitgestoten naar de lucht en dus de luchtkwaliteit beïnvloedt, verschilt per bedrijfstak. Bij agrarische bedrijven gaat het vooral om ammoniak, lachgas en methaan. Vanuit de industrie komen onder meer stikstofoxiden, koolstofdioxide (CO2), zwaveldioxiden en ozon. Behalve gassen bevatten emissies ook stof. Met name fijnstof is schadelijk voor de gezondheid.

Voor mba‘s staan in het Bal algemene regels, zoals normen voor luchtemissies en eisen aan het toepassen van emissiebeperkende maatregelen. Hoofdstuk 5 van het Bal bevat daarnaast modules over luchtemissies ZZS. En je toetst de aanvraag, samen met je interne adviseur luchtemissies, aan de omgevingswaarden voor de lucht in het Bkl.

🏭 De werkelijkheid: Al in de jaren ’70 en ’80 ging het over zure regen, veroorzaakt door onder mee zwavelverbindingen. In diezelfde periode werden we ons bewust van het ‘gat in de ozonlaag’. Dat kwam door drijfgassen uit onder andere spuitbussen en koelinstallaties: de CFK’s. Inmiddels is er regelgeving die koelmiddelen met deze chemicaliën uitfaseert. Daardoor is ook daadwerkelijk een verbetering in de ozonlaag bereikt.

Maar hoe weet je als vergunningverlener of lucht een relevant aspect is bij een vergunningaanvraag? Dat is meestal niet in één oogopslag te zien. Verwijst het artikel dat de algemene regels voor de mba aanwijst naar de modules in hoofdstuk 5 over luchtemissies en/of ZZS? Dan is dat een sterke indicatie.

Zoek in dat geval (of bij twijfel) je luchtadviseur op.

 

Hoe vind je het snelst de weg in een organisatie?

Als je ergens nieuw begint, gaan de eerste weken niet alleen over vergunningen. Hoe werkt het zaaksysteem? Wie heb je nodig als een advies uitblijft? Waar vind je de juiste informatie? Zolang je dat niet weet, kost elke stap in een dossier extra energie. Niet omdat je het vak niet beheerst, maar omdat je nog niet weet waar je moet zijn. Wat Caspar opvalt, is dat niet altijd de meest ervaren medewerkers het snelst hun weg vinden. Vaak zijn het juist de mensen die durven te vragen en even meelopen. Die begrijpen sneller hoe het werk werkelijk loopt.

In de blog lees je wie je in je eerste weken nodig hebt, en hoe Bisschop + Partners nieuwe collega’s de ruimte geeft om hun weg te vinden. Lees ‘Je weg vinden in een vergunningverlenende organisatie: waarom vragen stellen het snelste werkt’ op de website van Bisschop + Partners.

 

Wat zijn indieningsvereisten?

📘  De wet: Indieningsvereisten bepalen de minimaal verplichte gegevens in een vergunningaanvraag, melding of informatieplicht. Waar je ze vindt, verschilt per instrument:

  • Vergunningaanvraag voor een milieubelastende activiteit (mba): niet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), maar in H7 van de Omgevingsregeling (Or). § 7.2.1 Or bevat de algemene eisen voor elke aanvraag, § 7.2.3 Or de specifieke eisen voor mba’s.

  • Melding: de algemene indieningsvereisten staan in art. 2.17 Bal. Daarnaast kunnen er indieningsvereisten staan in het artikel in H4 Bal dat de meldingsplicht oplegt. NB. Die paragraaf geldt alleen als H3 Bal die voor de activiteit aanwijst.

  • Informatieplicht: heeft het artikel de titel ‘gegevens en bescheiden’, dan staan de algemene vereisten in art. 2.18 en 2.19 Bal. Daarnaast kunnen er indieningsvereisten staan in het artikel dat de informatieplicht oplegt. Heeft het artikel de titel ‘informeren’, dan staan alle staan alle indieningsvereisten in dat artikel.

🏭 De werkelijkheid: Een vergunningaanvraag toets je eerst op volledigheid aan de hand van de indieningsvereisten. Stel: er worden geluidgegevens vereist en er is een akoestisch rapport, dan lijkt de aanvraag op dit punt volledig. Maar dat het rapport erbij zit, betekent niet dat dit correct is opgesteld. Misschien staan er andere uitgangspunten in dan in de aanvraag. Of ontbreken er geluidbronnen, of kloppen berekeningen niet. Daarom laat je het rapport toetsen door een specialist. Het boek noemt dit de ‘vroeg-inhoudelijke’ toetsing.

Kloppen de beschrijvingen en getallen in aanvraagformulier, toelichting en rapporten met elkaar? Zo niet, vraag dan binnen de wettelijke termijn om aanvullende gegevens en schort de proceduretermijn op. Komen de gegevens niet, dan kun je de aanvraag buiten behandeling stellen.

 

Wat is het omgevingsplan?

📘 De Wet: Het omgevingsplan bevat de decentrale regels waaraan een initiatiefnemer moet voldoen, ook bij het uitvoeren van mba’s. Denk aan:

  • vergunningplichten voor lokaal gereguleerde mba’s;

  • algemene regels, bijvoorbeeld over wat er op locaties is toegestaan qua geluid, functies en bebouwing;

  • maatwerkregels die afwijken van landelijke regels, voor zover die landelijke regels dat toestaan.

Elke gemeente heeft één omgevingsplan voor het hele grondgebied van die gemeente. Het omgevingsplan vervangt onder andere de bestemmingsplannen.

Op 1 januari 2024 kreeg elke gemeente automatisch (van rechtswege) een tijdelijk omgevingsplan. Daarin zit onder andere de inhoud van alle bestemmingsplannen. Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om te werken aan hun definitieve omgevingsplan.

🏭 De Werkelijkheid: Waar kijk je als milieuvergunningverlener naar in het omgevingsplan? Neem geluid. De regels daarvoor staan in de meeste gevallen in de decentrale regels, slechts bij uitzondering in het Bal. Gemeenten nemen in hun omgevingsplan regels op voor de maximale geluidbelasting die een mba mag veroorzaken op een geluidgevoelig gebouw. Die regels kunnen per gemeente anders zijn.

Kijk ook in het omgevingsplan bij een mba die niet in hoofdstuk 3 van het Bal is aangewezen. Daarvoor gelden geen rijksregels, wel decentrale regels.

En ga na of de activiteit is toegestaan op de locatie waarvoor die is aangevraagd. Staat het omgevingsplan de activiteit daar niet toe, dan is behalve een eventuele omgevingsvergunning voor de mba ook een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit nodig.

Pak dus bij elke vergunningaanvraag het omgevingsplan erbij van de gemeente waar het initiatief plaatsvindt. Gelden er ook decentrale vergunning- of meldingsplichten waarvoor nog geen aanvraag of melding is ingediend? Dan is het jouw taak om de initiatiefnemer daarop te wijzen.

 

📚 Ben je nieuwsgierig geworden naar het boek? Bestel hier het boek ‘Tussen wet en werkelijkheid – Handboek voor milieuvergunningverlening’. https://permiso.nl/bestellen/

Dit unieke naslagwerk is mogelijk gemaakt door een samenwerking tussen Bisschop + Partners (een organisatie die al meer dan 30 jaar actief is in VTH-taken), Permiso, expertisecentrum vergunningen en een team van professionals uit het vakgebied: Marijke Koek , Kristel Stassen-Flinzner , Caspar Bitter en Jola van Dijk .