Skip to main content

Komende tijd delen de co-auteurs van Permiso, expertisecentrum vergunningen en Bisschop + Partners op LinkedIn zeer regelmatig informatie uit ‘Tussen Wet en Werkelijkheid‘, ons nieuwe handboek voor milieuvergunningverlening.

Met deze nieuwsbrief zorgen we er maandelijks voor dat je niets van deze informatie hoeft te missen en alles makkelijk terug kunt vinden. Heel veel leesplezier!

Klik hier voor een overzicht van alle posts met informatie uit het handboek milieuvergunning

Geïnteresseerd in het handboek zelf? Klik dan hier.

 

Deze maand bevat de nieuwsbrief de antwoorden op deze vragen over milieuvergunningverlening:

 

Wat is het belang van integriteit bij vergunningverlening?

📘 De wet: Als ambtenaar ben je verplicht om een ambtseed of -belofte af te leggen. Verschillende overheidsinstanties hanteren verschillende versies van de eed en belofte. Over het algemeen gaat het om de toezegging dat je de wet eerbiedigt, geen valse informatie verstrekt of giften aanneemt om je functie te verkrijgen en je taken nauwgezet uitvoert. Ook vertrouwelijke informatie moet strikt geheim blijven en gedrag moet onkreukbaar en betrouwbaar zijn.

Deze regels gelden niet alleen voor ambtenaren, maar ook voor inhuurmedewerkers: geen omkoping, geen discriminatie en elke schijn van belangenverstrengeling vermijden. Integriteit is daarmee een wettelijke én morele basis voor zorgvuldig vergunningverleningswerk.

🎁De werkelijkheid: Een beginnend vergunningverlener kreeg bij een levensmiddelenfabrikant een rondleiding. Aan het eind overhandigde de begeleidster spontaan een product van de lopende band om het thuis uit te proberen. Een klein gebaar, waarschijnlijk zonder bijbedoeling. Toch bleek achteraf dat zelfs zo’n eenvoudig pak rijst of koekjes een gift is — en dus ongewenst.

 

Wat houdt de informatieplicht in?

📘 De wet: voor lang niet alle milieubelastende activiteiten (mba’s) hoeft een vergunning te worden aangevraagd. Wel kunnen er dan meldingsplichten en/of informatieplichten gelden voor deze mba. Deze plichten hebben een mindere “zwaarte”.

Informatieplichten zijn degene met de laagste “zwaarte”. Met de invoering van de Omgevingswet is bewust veel meer gebruik gemaakt van dit lichtere instrument. Informatieplichten hebben geen invloed op het wel of niet de activiteit mogen starten. Het bevoegd gezag dient alleen geïnformeerd te worden over bepaalde aspecten van de activiteit. Degene die de activiteiten uitvoert moet zich houden aan de algemene regels.

🏭 De werkelijkheid: Informatieplichten staan, in tegenstelling tot vergunning- (h3) en meldingsplichten (h4), in verschillende hoofdstukken (3, 4 én 5) in Bal. Want voor mba’s zijn algemene regels uit diverse hoofdstukken van toepassing. Om die reden kunnen er voor één mba diverse informatieplichten gelden. En aangezien de meeste bedrijven meer dan één mba uitvoeren, kunnen er soms wel tientallen (!) informatieplichten van toepassing zijn. Achterhalen welke dit zijn, kan dus een hele klus zijn.

Het is daarom belangrijk om dit systematisch te doen door de volgende stappen te doorlopen:

  • Bevatten de van toepassing zijnde paragrafen in hoofdstuk 3 een informatieplicht?
  • Bevatten de aangewezen paragrafen in hoofdstuk 4 informatieplichten?
  • Bevatten de in hoofdstuk 3 en/of 4 aangewezen modules in hoofdstuk 5 informatieplichten?

 

De BB-CVM, wat betekent dat?

📘 De wet: BB-CVM is de afkorting voor het document  Bodembescherming: Combinatie van voorzieningen en maatregelen. In dit document is het volgende opgenomen:

  • bodembedreigende activiteiten die bij een mba kunnen worden uitgevoerd en
  • combinaties van voorzieningen en maatregelen waarmee het risico op het ontstaan van bodemverontreiniging tot een minimum wordt beperkt.

🛢️ 🫗 De werkelijkheid: Bodembeschermende voorzieningen zijn altijd een ‘combinatie van voorzieningen en maatregelen’ (CVM). Een voorbeeld van zo’n voorziening is een vloeistofdichte vloer, gecombineerd met een maatregel: het direct opruimen van gemorste (vloei)stoffen.

Voorheen waren CVM’s per bodembedreigende activiteit uitgewerkt in de  Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB). Sinds de invoering van de Omgevingswet is de BB-CVM een vergelijkbaar document waaraan moet worden getoetst. Je zal regelmatig een bodemrisicoanalyse aantreffen bij een vergunningaanvraag. Dit document beschrijft met welke CVM een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd.

 

Hoe vind je je weg in de organisatie als milieuvergunningverlener?

Elke organisatie is anders. Dat geldt dus ook voor elke vergunningverlenende organisatie. Zoals overal waar je als nieuwe werknemer binnenkomt: je zult je als vergunningverlener bij een overheidsinstantie een aantal zaken eigen moeten maken, voordat je in staat bent je werk te doen. Zelfs als je al zeer ervaren bent als milieuvergunningverlener.

🏢 ➡️ In de praktijk betekent “je weg vinden” vooral: vragen blijven stellen.

Dit zijn vragen waar wij dan vooral aan denken en waar ik de komende tijd ook over zal posten:

  • Wordt er volledig op kantoor, of ook thuis gewerkt?
  • Met welk zaaksysteem wordt er gewerkt?
  • Welke werkafspraken gelden er?
  • Welke informatie staat waar op het intranet (het interne internet van een organisatie)

Een goede werkgever stelt nieuwe mensen in de gelegenheid om deze informatie eigen te maken voordat ze met hun inhoudelijke werk beginnen. Helemaal fijn is het als een vergunningverlenende instantie een inwerkprogramma heeft. Dit wordt ook wel ‘onboarding’ genoemd. Dan word je – net zoals bij het ‘onboarden’ van een vliegtuig – uitgebreid geïntroduceerd in je nieuwe werkomgeving. En hoef je in je eerste dagen dus niet zelf uit te vinden hoe deze organisatie werkt. Denk bijvoorbeeld aan een ‘smoelenboek’ zodat je weet welke collega’s belangrijk zijn voor jouw werk, en ze meteen kunt herkennen als je ze toevallig tegen het lijf loopt.

 

Dit unieke naslagwerk is mogelijk gemaakt door een samenwerking tussen Bisschop + Partners (een organisatie die al meer dan 30 jaar actief is in VTH-taken), Permiso expertisecentrum vergunningen en een team van professionals uit het vakgebied: Marijke Koek, Kristel Stassen-Flinzner, Caspar Bitter en Jola van Dijk.